Hoe de Afvalindustrie Jou Voor de Gek Houdt: Gewicht en BMI

Waarschijnlijk baseer je jouw afvalsucces op één getalletje: je lichaamsgewicht. Een goede tweede is je BMI. Gaat het getal naar beneden, doe je het goed. Gaat het getal omhoog, voel je je waarschijnlijk beroert. Ik vind dat je een grove fout maakt als je je alleen richt op gewicht (en BMI). De schuld ligt niet bij jou: je bent van jongs af aan getraind om te kijken naar je gewicht als graadmeter voor succes of falen, voornamelijk door de media.

En dat afvalwereldje gebruikt de verkeerde meetinstrumenten.

Bodybuilders bijvoorbeeld, die zowel slank als gespierd moeten zijn, hebben altijd al begrepen dat gewicht nietszeggend is als het gaat om winst. Maar de afvalindustrie laat het volgende concept volledig links liggen:

Het belangrijkste getal bij succesvol afvallen is niet lichaamsgewicht, maar lichaamssamenstelling: hoeveel van jouw gewicht is spiermassa en hoeveel is vetmassa.

En BMI dan?

Nog zo’n perfect voorbeeld van hoe fout het kan gaan (naar mijn mening): BMI, of Body Mass Index. Hierbij wordt uitgegaan van je gewicht in vergelijking met je lengte. BMI is een wiskundige som: je gewicht in kilo’s gedeeld door je lengte in het kwadraat. Het resultaat daarvan vertelt je of je overgewicht hebt of obesitas hebt, gezond of ongezond bent, gebaseerd op alleen je gewicht en lengte.

Zelfs het Voedingscentrum werkt met BMI-meters op hun website. Dit vertelt mij dat een groot en invloedrijke organisatie denkt dat BMI zeer belangrijk is. En dat is het niet.

body-composition

 

BMI vertelt je niets over je lichaamssamenstelling!

Een bodybuilder of atleet kan op deze manier gevaarlijke obesitas hebben (BMI >30), maar een zeer gezond vetpercentage. Zo zouden de meeste bodybuilders ‘morbide obesitas’ hebben (zonder dat zij een grammetje vet hebben).

Als je mijn lengte zou nemen (1.92 cm) en gewicht (89 kilo) in de BMI-meter van het voedingscentrum, zit ik bijna tegen het overgewicht aan (24,7 – boven de 25 heb je overgewicht). Iedereen die mij kent weet uiteraard dat dit onzin is. Heeft het voedingscentrum mij bijna gemotiveerd gekregen..

BMI en gewicht zeggen dus wel iets, maar lang niet alles.

Ik ben 10-30 kg afgevallen, dat is toch goed?

Je weegt minder en je oude broeken passen weer. Maar heb je écht succes gehad? Het antwoord is: geen idee, omdat we alleen het getal van de weegschaal hebben – wat je alleen weet is WAT je bent kwijtgeraakt, maar niet hoeveel spiermassa en hoeveel vetmassa je bent kwijtgeraakt. Makes sence?

Als je je lichaamssamenstelling had gemeten, had je misschien ingezien dat je 5 kilo vet verbrandde, maar ook 3.5 kilo spiermassa bij je Cambridge dieet (of één van de andere onzinnige diëten). Als een groot deel van je gewichtsverlies te danken is aan de verbranding van lichaamseigen spiermassa, vind ik het een mislukking.

Zo kun je dus wel in je oude kleding passen, maar toch kun je je niet lekker in je vel voelen als je naakt voor de spiegel staat. Dit heet ook wel ‘skinny fat‘.

Focus-on-fat-loss-and-muscle-gain

Hoe verbeter je je lichaamssamenstelling?

Het mes snijdt aan twee kanten: je kunt je vetpercentage laten dalen en je kunt je spierpercentage laten stijgen. Anders gezegd: of minder vetmassa of meer spiermassa. Vrouwen maken niet zo snel spiermassa aan, maar mannen wel. Voor mannen is het dus ideaal om spiermassa te winnen terwijl zij vetmassa verbranden. Zo kunnen mannen weinig verschil zien op de weegschaal, terwijl hun lichaamssamenstelling wel veranderd. Als je je alleen richtte op de weegschaal, had je misschien al gestopt – het werkte niet..

Je vetpercentage en spiermassa kun je beïnvloeden met gezonder en beter eten, goed slapen en met een combinatie van cardio- en krachttraining.

musclevsfat

Wat is de beste manier om te meten?

Idealistisch gezien ga je op de weegschaal staan en meet je je vetpercentage op (dit kan bij een sportschool of bij een fitness professional). Met die twee getallen kun je uitrekenen hoeveel vetmassa en spiermassa je hebt.=

Voorbeeld:

Gewicht:  100 kilo
Vetpercentage:  15%
Vetmassa:  15 kilo (15% van 100 kilo)
Vet Vrije Massa: 85 kilo (100 kilo totaal gewicht – 15 kilo vetmassa)

Mik altijd op de combinatie meer spiermassa en minder vetmassa voor een betere Vet Vrije Massa (VVM) – dus je lichaamssamenstelling.

Nu weet jij hoe je echte resultaten bereikt zonder jezelf voor de gek te houden!

Vond je het leuk om dit te lezen, stuur ‘m dan door naar een vriend/vriendin!

Sven Maarschalk
Personal Trainer & Vetverbrandingsexpert

Comments

comments